Kinderen

Zwanger en moeder worden na een burn out of depressie, mijn ervaring

Zwanger en moeder worden na een burn out of depressie, mijn ervaring

Zwanger zijn en uiteindelijk moeder worden, het was mijn droom. Maar ik zat ook met een grote ‘maar’; zou ik dit wel aankunnen? Want hoewel ik op zich goed ben hersteld, ben ik nooit meer de oude geworden na mijn burn out en depressie. Wat in mijn geval betekent dat ik snel moe en snel overprikkeld raak, soms nog last heb van sombere buien en niet meer zo goed kan relativeren. Ik had dus geen idee of ik het moederschap aan zou kunnen, ik ben namelijk al kapot als ik in 1 weekend en op zaterdag en op zondag een afspraak heb. 

Zoals jullie weten heb ik me hier toch niet door laten tegenhouden en ben ik ondertussen al bijna 10 maanden moeder van ons zoontje Noah. En ik kan je eerlijk zeggen het gaat hartstikke goed. Ik doe het misschien niet zoals andere moeders, ik maak ook fouten en ben ook gewoon maar mens, maar dat geeft niet want ieder doet het op zijn eigen manier. Hoe ik het volhoud en welke tips ik je kan meegeven vind je hieronder:

1 Gebruik je kraamtijd
Je kraamtijd is er niet voor niets en je hebt niet voor niets recht op kraamhulp, maak hier gebruik van! Door adrenaline en hormonen voel je je de eerste dagen na je bevalling misschien nog sterk, maar je lichaam moet herstellen dus gun het de tijd om te herstellen. Ik ben een week lang in bed gebleven en heb me echt laten verzorgen. Als de kraamverzorgster zei dat ik moest rusten dan deed ik dit ook. Daarnaast had ik met haar afgesproken dat als bezoek te lang zou blijven zij het bezoek subtiel zou wegsturen, zodat ik Noah en ik ons ritme konden behouden. 

2 Werk vooruit
Weken voordat ik moest bevallen ben ik al begonnen met extra veel koken zodat ik maaltijden kon invriezen voor tijdens mijn kraamweek en daarna. Je bent beide zo druk met de baby, met de visite en met alles wat er op je af komt dat je helemaal niet wilt koken. Terwijl het juist zo belangrijk is om gezond te eten. 

3 Jij bent er ook nog en jij doet er toe
Ik had voordat ik ging bevallen één ding met mezelf afgesproken: ‘Ik ben er ook nog en ik mag hier niet aan onderdoor gaan”. Dit klinkt misschien egoïstisch, want moet je niet altijd je kind op nummer 1 zetten? Maar ik wist dat als ik dit zou doen ik er zelf aan onderdoor zou gaan. Een beetje zoals in het vliegtuig: eerst het zuurstof masker bij jezelf en dan pas bij je kind.

Hoe je dit invult is natuurlijk bij iedereen anders, maar bij mij betekende dit concreet dat ik Noah direct na de geboorte in zijn wiegje legde. Die stond wel in onze kamer, maar hij lag niet bij of naast mij. Zelfs de eerste nacht ging hij direct in zijn eigen wiegje. En nadat ik de eerste keer bij het consultatie bureau was geweest en de zekerheid had dat Noah echt gezond was (dit was na 4 weken) ging het wiegje naar zijn eigen slaapkamer. Deuren open, maar wat een rust s ‘nachts tussen de voedingen door! En die rust had ik nodig, want slaap tekort is er nou eenmaal als je net moeder wordt. Maar slaap tekort is ook voor mij een trigger om terug te vallen, dus daarom probeerde ik het tot het minimale te beperken. 

4 Eerst zelf douchen
Eh wat? Nou als je net moeder wordt dan voelt het soms alsof je nergens aan toe komt, daarom wilde ik ’s ochtends na de eerste fles of borst eerst zelf  douchen. Als Noah wakker was dan legde ik hem in zijn wiegje en ging ik douchen. Raar? Als ik verhalen van anderen mag geloven wel, zij lieten hun kindje niet alleen in hun wiegje liggen. Maar op die manier had ik even mijn rustmoment onder de douche en dan konden we daarna samen de dag goed beginnen.

5 Rust Reinheid en regelmaat
Hier houd ik me echt aan vast. Want ik weet dat dit voor mij ook het beste werkt, ik heb vanaf het begin af aan regelmaat en rust in huis proberen te brengen. Anderen vinden dit waarschijnlijk overdreven, maar ik ging/ga niet wandelen als het de slaaptijd voor Noah is. Want slapen doet hij in zijn bed en niet in zijn wagen. Koffiedrinken met vriendinnen deed ik in het begin niet buiten de deur, omdat Noah nog maar zo kort wakker was en ik hem in alle rust thuis wilde laten slapen. 

Natuurlijk heb ik ook de periodes gehad met de krampjes en heb ik hele stukken met de kinderwagen of draagzak gelopen in de hoop dat hij daar dan wel in slaap viel. Maar als het enigszins kon probeerde ik de regelmaat erin te houden.

6 Maak je niet te druk
Dit is natuurlijk makkelijk gezegd, maar het is wel zo. Als je kindje echt niet wil slapen.. ja dan niet. Mijn vriendin en tevens psycholoog zei altijd: “Je geeft ze de gelegenheid, pakken ze die niet. Dan toch niet.” En dat vond ik wel een goede instelling, het komt zo als het komt en sommige kinderen hebben veel en anderen hebben weinig slaap nodig. Soms slapen kinderen een periode veel en een andere periode weer minder, het is niet anders. Net als met de eerste echte voeding, Noah moest er niets van hebben. Elke dag moest hij van mij proeven, maar als hij alles weer uitspuugde… ook goed, ik maakte me daar niet druk om. Uiteindelijk zou hij echt wel gaan eten en inderdaad na ruim een maand bedacht hij dat die hapjes toch niet zo erg waren als hij dacht. 

Van een andere vriendin kreeg ik de tip om te genieten van de momenten ’s nachts. Dus in plaats van je druk te maken over het feit dat je eigenlijk doodop bent en je alweer je baby aan t voeden bent, zei ze tegen mij: ‘Geniet van de momenten dat jij helemaal alleen samen met je baby bent als iedereen slaapt. Dit is jullie moment, geniet hier van.” En dat heb ik gedaan, een andere mindset en een ontspannen moeder.

Deze manier  werkte en werkt voor ons, maar iedereen doet het natuurlijk op zijn eigen manier. Want geen kind is hetzelfde en geen kind reageert hetzelfde. 

Laat een reactie achter