Geluk

Deze zin zul je na dit artikel niet zo snel meer zal gebruiken

Geschreven door Madge Harrah en oorspronkelijk gepubliceerd op RD.com

Nog steeds in shock liep ik door het huis en probeerde ik te bedenken wat ik in de koffers moest stoppen. Eerder die avond kreeg ik een telefoontje met de mededeling dat mijn broer, zijn vrouw, haar zus en de kinderen van haar zus waren overleden tijdens een auto-ongeluk. “Kom zo snel als je kunt”, smeekte mijn moeder.

Dat is wat ik wilde, direct weggaan om naar mijn ouders te gaan. Maar mijn echtgenoot, Larry, en ik waren onze spullen aan het inpakken omdat we gingen verhuizen. Onze huis was in complete staat van verwarring. Sommige van de kleding die we nodig zouden hebben zaten al in dozen. Welke dozen? Overweldigd door verdriet kon ik het me niet meer herinneren. Andere kleding lag ongewassen op een stapel op de grond omdat ik de was nog moest doen. De borden van het avondeten stonden nog op tafel en er lag overal speelgoed.

Terwijl Larry vliegtickets boekte voor de volgende ochtend om naar mijn ouders te kunnen gaan, liep ik doelloos door het huis. Ik raapte dingen op en legde ze weer neer, ik kon me niet focussen. Steeds weer hoorde ik de woorden in mijn hoofd: “Bill is er niet meer – en Marilyn is er ook niet meer en de beide kinderen…”

Het was alsof er door deze boodschap watten in mijn hoofd zaten. Als Larry wat zei klonk hij ver weg. Als ik door het huis liep stootte ik tegen de deuren en struikelde ik over stoelen.

Larry zorgde ervoor dat we de volgende ochtend om 7 uur konden vertrekken. Toen belde hij een aantal vrienden om te vertellen wat er was gebeurd. Soms vroeg iemand om mij te spreken en zei tegen me: “Als ik iets kan doen dan moet je het me laten weten”, zei die persoon dan vriendelijk. “Dank je wel”, zei ik dan. Maar ik had geen idee waar ik om moest vragen. Ik kon me niet concentreren.

Ik zat in een stoel voor me uit te staren terwijl Larry een vrouw, Donna King, belde om te zeggen dat ik niet met haar les kon geven op zondag. Want Donna en ik gaven elke zondag les in de kerk. Donna en ik zijn vrienden, maar zien elkaar niet vaak. Zij en haar echtgenoot, Emerson, hebben het zelf altijd druk met hun 6 kinderen. Ik was blij dat Larry er aan had gedacht om haar af te bellen.

Terwijl ik daar zat liepen de kinderen nog in de huiskamer. Ze hadden al in bed moeten liggen, bedacht ik me. Ik volgde ze naar de woonkamer en mijn benen voelden als beton. Ik ging weer op de bank zitten.

Toen de bel ging stond ik langzaam op en ik liep naar de voordeur. Ik opende de deur en ik zag Emerson King daar staan.

“Ik kom je schoenen schoonmaken en poetsen,” zei hij. Verward vroeg ik hem dit nog eens te herhalen. “Donna moest bij de baby blijven,” zei hij, “Maar ik herinnerde dat toen mijn vader overleed ik er uren overdeed om schoenen van de kinderen te poetsen voor de begrafenis. Dus dat kom ik nu voor jou doen. Geef me je schoenen, of eigenlijk alle schoenen.” Ik had niet eens nagedacht over schoenen totdat hij dit noemde. Nu herinnerde ik me dat onze zoon door de modder was gelopen met zijn nette schoenen en dat onze dochter met haar schoenen tegen steentjes had getrapt.

Terwijl Emerson oude kranten op de vloer spreidde zocht ik al onze schoenen bij elkaar. Emerson vond een emmer en vulde deze met water, hij vond andere spullen en uiteindelijk vond hij ook onze schoenpoets spullen.

Emerson ging op de vloer zitten en ging aan het werk. Terwijl ik naar hem keek terwijl hij zo geconcentreerd bezig was kreeg ik mijn eigen gedachtes weer op orde. Eerst de was, zei ik tegen mezelf. Toen de wasmachine draaide stopten Larry en ik de kinderen in bed.

We ruimden de tafel op, Emerson zei niets en ging door met zijn werk. Ik was zo vervuld met liefde door deze daad dat ik eindelijk kon huilen en kon bewegen. Ik kon nadenken en ik kon dingen doen.

Stukje voor stukje vielen alle klusjes op zijn plaats. Ik deed de was in de droger en toen ik terug kwam zag ik dat Emerson weg was. En netjes in een rijtje stonden al onze schoenen, ze waren zo schoon dat ik ze direct in onze koffer kon doen. We gingen laat naar bed en vertrokken heel vroeg de volgende ochtend om naar de luchthaven te gaan.

Als ik nu hoor dat een kennis of vriend iemand heeft verloren dan bel ik niet meer om vaag te zeggen dat ze me kunnen bellen als ik iets kan doen.. In plaats daarvan probeer ik aan een specifieke taak te denken die ik kan doen. Zoals het wassen van de auto, de hond naar een opvang brengen of op het huis passen tijdens de begrafenis. En als iemand naderhand tegen me zegt: “Hoe wist je wat ik nodig had?” zeg ik: “Dit komt omdat een man voor mij ooit mijn schoenen heeft schoon gemaakt.”

Dit artikel verscheen origineel in het december issue in 1983 van Reader’s Digest. 

www.rd.com